Goethe-Zertifikat B1 - Gereedschappen en Alledaagse Voorwerpen
Leer Duitse termen voor gereedschappen, apparaten en veelvoorkomende alledaagse voorwerpen, plus nuttige werkwoorden voor het gebruik ervan, zodat je praktische taken en kleine klusjes nauwkeuriger kunt beschrijven.
Herzien
Flashcards
vormen
Spelling
Quiz
Ein einzelnes Ding, das man anfassen oder benutzen kann

voorwerp, object
Dit voorwerp behoort mij toe.
Etwas, das man benutzt, um etwas zu bauen oder zu reparieren

gereedschap, instrument
Hij heeft veel gereedschap in de garage.
Ein Werkzeug mit schwerem Kopf, mit dem man Nägel einschlägt oder etwas zerschlägt

hamer, hamer
De hamer maakt het mogelijk hout te bewerken.
Ein Werkzeug mit zwei Griffen und Backen zum Greifen, Biegen oder Schneiden

tang, nijptang
Met de tang kun je spijkers eruit trekken.
Kleiner, spitzer Metallstift zum Befestigen von Dingen in Holz oder an Wänden

spijker, punaises
De spijker is te kort voor deze plank.
Ein dünnes, spitzes Werkzeug aus Metall zum Nähen, Injizieren oder Stechen

naald, spuit
Ze rijgt de draad door de naald.
Ein Gegenstand, auf dem man hochsteigen kann

ladder, ladder
De ladder is erg lang.
Ein Gegenstand mit Borsten zum Reinigen, Kämmen oder Polieren

borstel, kwast
Met deze borstel maak ik de schoenen schoon.
Ein kleines Werkzeug mit Borsten zum Reinigen der Zähne

tandenborstel, tandenborstel
Hij koopt een nieuwe tandenborstel.
Eine Paste zum Reinigen der Zähne beim Zähneputzen

tandpasta, tandcrème
Kinderen hebben een speciale tandpasta nodig.
Eine Paste, die zusammen mit der Zahnbürste zum Putzen der Zähne benutzt wird

tandpasta, tandencrème
Voor kinderen is er een speciale tandpasta met minder fluoride.
Ein Behälter, in den man Müll oder Abfall wirft

vuilnisbak, prullenbak
De prullenbak is al vol.
Ein kleines Gerät, das Feuer macht

aansteker, lucifer
Hij koopt een nieuwe aansteker.
Ein kleines Holzstück zum Feuer machen

lucifer, aansteker
Waar zijn de lucifers ?
Ein kleines Holzstäbchen, das man anzündet, um Feuer zu machen

lucifer, aansteker
Hij heeft een doosje lucifers gekocht.