klein
De kamer had een klein raam dat maar een beetje zonlicht binnenliet.
De bijvoeglijke naamwoorden die kleine en middelgrote afmetingen beschrijven, worden gebruikt om de compactheid, het kleine karakter of de verkleinde schaal van een object of concept over te brengen.
Herzien
Flashcards
Spelling
Quiz
klein
De kamer had een klein raam dat maar een beetje zonlicht binnenliet.
klein
Het kleine huisje verscholen tussen de bomen was de perfecte retreat voor een rustig weekendje weg.
minuscuul
De piepkleine mieren werkten samen om een grote kruimel te dragen.
microscopisch
Ze vonden microscopisch kleine stofdeeltjes op het oppervlak van het antieke boek.
klein
De mini-koelkast in de hotelkamer bevatte precies genoeg eten voor een snelle snack.
minuscuul
Ze vond een minuscuul krasje op de rand van haar favoriete koffiekopje.
minuscuul
De miniatuur versie van de auto was een populair verzamelobject onder autoliefhebbers.
(Scottish) very small in size
medium
Het schilderij was van gemiddelde grootte en vulde de ruimte op de muur mooi.
klein
Het kleine bloempje bloeide zachtjes in de tuin en voegde een vleugje kleur toe aan het landschap.
zwak
Ondanks zijn kleine gestalte, stond hij met moed en vastberadenheid op tegen de pestkop.
oneindig klein
De bioloog verwonderde zich over de oneindig kleine cellen onder de microscoop, elk van vitaal belang voor het overleven van het organisme.
middelgroot
De middelgrote auto bood een goede balans tussen brandstofefficiëntie en passagierscomfort.
lilliputterachtig
De lilliputter speelgoedtrein puffert rond de miniatuurbaan, wat de kinderen in het pretpark verrukt.