pattern

Beginners 1 - Bijvoeglijke naamwoorden voor maten en snelheid

Hier leer je enkele Engelse bijvoeglijke naamwoorden voor maten en snelheid, zoals "langzaam", "groot" en "lang", voorbereid voor beginnersniveau studenten.

Herzien

Flashcards

Spelling

Quiz

Begin met leren
Starters 1
big
big
[bijvoeglijk naamwoord]

above average in size or extent

groot, enorm

groot, enorm

Ex: They live in a big house. 
Sluiten
Inloggen
small
small
[bijvoeglijk naamwoord]

below average in physical size

klein, minuscuul

klein, minuscuul

Ex: He had a small backpack that was easy to carry. 
Sluiten
Inloggen
fast
fast
[bijvoeglijk naamwoord]

having a high speed when doing something, especially moving

snel, vlug

snel, vlug

Ex: He had a fast response to emergency situations. 
Sluiten
Inloggen
slow
slow
[bijvoeglijk naamwoord]

moving, happening, or being done at a speed that is low

langzaam, traag

langzaam, traag

Ex: He had a slow computer that took a long time to start up. 
Sluiten
Inloggen
large
large
[bijvoeglijk naamwoord]

above average in amount or size

groot, enorm

groot, enorm

Ex: The elephant was large, towering over the other animals in the savanna. 
Sluiten
Inloggen
little
little
[bijvoeglijk naamwoord]

below average in size

klein, minuscuul

klein, minuscuul

Ex: The little kitten curled up in the corner, its tiny frame barely visible in the dim light. 
Sluiten
Inloggen
long
long
[bijvoeglijk naamwoord]

(of two points) having an above-average distance between them

lang, verlengd

lang, verlengd

Ex: The necklace she wore had a long chain adorned with intricate charms. 
Sluiten
Inloggen
short
short
[bijvoeglijk naamwoord]

having a below-average distance between two points

kort, beknopt

kort, beknopt

Ex: She wore a shirt with short sleeves to stay cool in the summer heat. 
Sluiten
Inloggen
LanGeek
LanGeek app downloaden