wijs
Hij glimlachtewijs en bleef stil tijdens de discussie.
Deze bijwoorden beschrijven de manier waarop mensen denken of hun geest gebruiken in verschillende contexten en omvatten "wijs", "aandachtig", "creatief", enz.
Herzien
Flashcards
Spelling
Quiz
wijs
Hij glimlachtewijs en bleef stil tijdens de discussie.
intelligent
Hij maakte zijn punt intelligent en vol vertrouwen.
slim
Hij heeft slim een nieuw hulpmiddel ontworpen dat tijd bespaart.
slim
Hij heeft de puzzel slim sneller opgelost dan wie dan ook.
sluw
Ze beoordeelde scherpzinnig de concurrentie en identificeerde kansen voor bedrijfsgroei.
wijs
De rechter woog wijs beide kanten af voordat hij een eerlijk vonnis velde.
verstandig
Hij heeft zijn geld verstandig geïnvesteerd in obligaties met een laag risico.
attent
Ze bedachtzaam informeerde bij haar bejaarde buurvrouw na de storm.
sluw
De manager heeft de taak sluw gedelegeerd aan de meest gekwalificeerde werknemer.
mindful
De leraar vroeg de leerlingen om hun lunch mindful te eten, zich te concentreren op elke hap.
gedachteloos
Tieners werden betrapt op het onbedachtzaam afsteken van vuurwerk nabij droge velden.
aandachtig
Hij keek aandachtig toe terwijl de goochelaar de kaarten schudde.
nieuwsgierig
Hij vroeg nieuwsgierig hoe de machine werkte.
aandachtig
Hij werkte aandachtig, zich niet bewust van de tijd die verstreek.
voorzichtig
Hij vermeed voorzichtig het maken van gedurfde beweringen.
oordeelkundig
Hij sprak verstandig tijdens de vergadering en vermeed onnodige conflicten.
reflexmatig
De kat strekte zich uit en gaapte reflexmatig bij het ontwaken.
creatief
De schrijver heeft het verhaal creatief vormgegeven, een verhaal geweven dat lezers boeide.
verbeeldingsvol
Hij schreef het verhaal verbeeldingsrijk, vulde het met unieke personages en decors.
vernuftig
Ze hebben vindingrijk een manier bedacht om de kosten te verlagen zonder kwaliteit te verliezen.
onkritisch
Het rapport werd kritiekloos geprezen ondanks de duidelijke fouten.
rationeel
Probeer rationeel na te denken voordat je reageert.
irrationeel
De markten reageerden irrationeel op de kleine beleidswijziging.
waanzinnig
Hij handelde waanzinnig, waarbij hij elke waarschuwing negeerde.
gek
Hij danste als een gek op het feest, waardoor een stoel omviel.
maniak
Ze bleef door de kamer ijsberen, manisch in zichzelf mompelend.