gestreept
De gordijnen in de woonkamer waren gestreept met verticale lijnen in verschillende kleuren.
Deze bijvoeglijke naamwoorden beschrijven de rangschikking en herhaling van vormen, kleuren of ontwerpen op objecten en oppervlakken.
Herzien
Flashcards
Spelling
Quiz
gestreept
De gordijnen in de woonkamer waren gestreept met verticale lijnen in verschillende kleuren.
gestippeld
Het tafelkleed was gestippeld met geborduurde patronen van sterren en manen.
gerimpeld
De gerimpelde huid van de acteur gaf hem een onderscheidend uiterlijk in de film.
gevlekt
De vacht van de kat was gevlekt, met onregelmatige vachtplekken in verschillende tinten.
gespikkeld
De bosbodem was gespikkeld met vlekken zonlicht die door de bomen filterden.
leeg
De dagboekpagina bleef leeg, wachtend tot ze haar gedachten en ervaringen zou vastleggen.
geruit
Ze droeg een geruite blouse die iedereen deed denken aan klassieke picknickdekens.
gemarmerd
Haar notitieboekje had een gemarmerde omslag met gouden aders erdoorheen.
gestippeld
Het gestippelde behang in de kinderkamer creëerde een speelse sfeer.
met fijne strepen
Haar gestreepte broek was op maat gemaakt voor een professionele uitstraling.
gevlekt
De gevlekte vacht van de kat vermengde zich met het gevlekte zonlicht dat door de bomen filterde.
gestippeld
De gestippelde afwerking op de keramische vaas gaf het een unieke textuur.
gespikkeld
Het schilderij van de kunstenaar beeldde een landschap af met gespikkeld zonlicht dat door de bomen filterde.
eenvoudig
Zijn shirt was eenvoudig, zonder strepen, stippen of andere ontwerpen.
bloemig
Het bloemen behang in de eetkamer voegde een vleugje natuur en helderheid toe aan de kamer.
geruit
Het dekbed op het bed was versierd met een vierkant patchworkontwerp.
paisley
Zijn stropdas had een paisley print, met wervelende motieven in tinten blauw en goud.
gestreept
De wetenschapper bestudeerde de gestreepte lagen van sediment om de geologische geschiedenis van het gebied te begrijpen.