pattern

Dieren - Zelfstandige naamwoorden met betrekking tot dieren

Hier leer je enkele Engelse zelfstandige naamwoorden die betrekking hebben op dieren, zoals "viervoeter", "ongedierte" en "fauna".

Herzien

Flashcards

Spelling

Quiz

Begin met leren
Words Related to Animals
extinction
extinction
[zelfstandig naamwoord]

a situation in which a particular animal or plant no longer exists

uitsterven

uitsterven

Sluiten
Inloggen
leash
leash
[zelfstandig naamwoord]

a long piece of rope, leather strap or light chain used for guiding and controlling a dog or other animals

riem, lijn

riem, lijn

Ex: The trainer attached a leash to the collar before starting obedience training. 

De trainer bevestigde een riem aan de halsband voordat hij met de gehoorzaamheidstraining begon.

Sluiten
Inloggen
migration
migration
[zelfstandig naamwoord]

(in fish or birds) the act of moving to other regions with different climates according to each season

migratie

migratie

Sluiten
Inloggen
creature
creature
[zelfstandig naamwoord]

any living thing that is able to move on its own, such as an animal, fish, etc.

schepsel, levend wezen

schepsel, levend wezen

Ex: Conservationists work tirelessly to protect endangered creatures like the black rhinoceros and the Bengal tiger from extinction. 

Natuurbeschermers werken onvermoeibaar om bedreigde wezens zoals de zwarte neushoorn en de Bengaalse tijger te beschermen tegen uitsterven.

Sluiten
Inloggen
pet
pet
[zelfstandig naamwoord]

an animal such as a dog or cat that we keep and care for at home

huisdier, troeteldier

huisdier, troeteldier

Ex: John wants to adopt a pet from the animal shelter. 

John wil een huisdier adopteren uit het dierenasiel.

Sluiten
Inloggen
animal
animal
[zelfstandig naamwoord]

a living thing, like a cat or a dog, that can move and needs food to stay alive, but not a plant or a human

dier, beest

dier, beest

Ex: Whales are incredible marine animals that migrate long distances. 

Walvissen zijn ongelooflijke mariene dieren die over lange afstanden migreren.

Sluiten
Inloggen
pet sitter
pet sitter
[zelfstandig naamwoord]

someone whose job is to look after pets while their owners are away

dierenoppas, pet sitter

dierenoppas, pet sitter

Sluiten
Inloggen
song
song
[zelfstandig naamwoord]

a unique sound that a bird, an insect or a whale makes

lied, melodie

lied, melodie

Sluiten
Inloggen
beast
beast
[zelfstandig naamwoord]

an animal, usually a wild or dangerous one

beest, wild dier

beest, wild dier

Ex: The villagers spoke of a mythical beast in the mountains. 

De dorpsbewoners spraken over een mythisch beest in de bergen.

Sluiten
Inloggen
wildness
wildness
[zelfstandig naamwoord]

the state or quality of being untamed, uncontrolled, or existing in a natural and undomesticated state

wildheid, natuurlijke staat

wildheid, natuurlijke staat

Sluiten
Inloggen
stroke
stroke
[zelfstandig naamwoord]

a gentle, intentional touch, often with the hand, used to comfort, show affection, or provide reassurance

aai, streling

aai, streling

Ex: A gentle stroke on the cheek calmed the child. 

Een zachte aai over de wang kalmeerde het kind.

Sluiten
Inloggen
mimicry
mimicry
[zelfstandig naamwoord]

the similarity of one animal species to another species or to elements of its environment, providing camouflage or protection from predators

mimicry, nabootsing

mimicry, nabootsing

Ex: The fish's coloration is an example of mimicry that hides it from predators. 

De kleuring van de vis is een voorbeeld van mimicry die hem verbergt voor roofdieren.

Sluiten
Inloggen
bite
bite
[zelfstandig naamwoord]

a wound or injury inflicted by the teeth of an animal

beet, steek

beet, steek

Ex: He went to the doctor to treat a bite from a venomous snake. 

Hij ging naar de dokter om een beet van een giftige slang te behandelen.

Sluiten
Inloggen
critter
critter
[zelfstandig naamwoord]

a creature, especially a small or domestic animal

schepsel, dier

schepsel, dier

Ex: The kids love feeding the backyard critters. 

De kinderen houden ervan om de wezens in de achtertuin te voeren.

Sluiten
Inloggen
brute
brute
[zelfstandig naamwoord]

an animal that is typically large, strong, or violent in nature

bruut, beest

bruut, beest

Ex: The brute’s roar shook the ground as it emerged from the shadows. 

De brul van het beest deed de grond schudden toen het uit de schaduwen tevoorschijn kwam.

Sluiten
Inloggen
quadruped
quadruped
[zelfstandig naamwoord]

an animal with four legs, such as dogs, cats, horses, and cows

viervoeter, dier met vier poten

viervoeter, dier met vier poten

Sluiten
Inloggen
livestock
livestock
[zelfstandig naamwoord]

animals that are kept on a farm, such as cows, pigs, or sheep

vee, boerderijdieren

vee, boerderijdieren

Ex: Proper care and feeding are essential for healthy livestock. 

Goede verzorging en voeding zijn essentieel voor gezond vee.

Sluiten
Inloggen
varmint
varmint
[zelfstandig naamwoord]

a small animal, usually a mammal, that is considered a nuisance or a pest

ongedierte, plaagdier

ongedierte, plaagdier

Sluiten
Inloggen
biped
biped
[zelfstandig naamwoord]

an organism or creature that has two feet and is capable of walking or standing upright on those feet

tweevoeter, wezen met twee voeten

tweevoeter, wezen met twee voeten

Sluiten
Inloggen
animalia
animalia
[zelfstandig naamwoord]

the taxonomic kingdom consisting of multicellular organisms that are heterotrophic

animalia, dierenrijk

animalia, dierenrijk

Sluiten
Inloggen
fauna
fauna
[zelfstandig naamwoord]

the animals of a particular geological period or region

fauna, dieren

fauna, dieren

Ex: The African savanna boasts a diverse fauna, including lions, elephants, and giraffes. 

De Afrikaanse savanne heeft een diverse fauna, inclusief leeuwen, olifanten en giraffen.

Sluiten
Inloggen
animal kingdom
animal kingdom
[zelfstandig naamwoord]

a broad classification of multicellular organisms with diverse characteristics, including all living and extinct animals

dierenrijk, dierenwereld

dierenrijk, dierenwereld

Sluiten
Inloggen
LanGeek
LanGeek app downloaden