Niveau A1 - Communicatie en Media
Hier leer je woorden voor communicatie en media zoals telefoongesprek, e-mail, krant en internet, die zijn voorbereid voor A1-leerders.
Herzien
Flashcards
vormen
Spelling
Quiz
ein Gespräch über das Telefon

telefoongesprek, telefoontje
Wacht, ik verwacht een telefoontje.
Ein geschriebener Text, der an jemanden gesendet wird

brief, epistel
Hij leest de brief hardop.
Eine digitale Nachricht, die man per Internet verschickt

e-mail, elektronische post
Hij controleert zijn e-mails drie keer per dag.
Gedruckte oder digitale Nachrichten und Informationen auf Papier

krant, dagblad
Deze krant heeft veel afbeeldingen.
Bewegte Bilder mit Ton, die eine Geschichte erzählen

film, cinema
Heb je de nieuwe film gezien?
Eine offizielle Mitteilung, die öffentlich bekanntgegeben wird

aankondiging, verklaring
De aankondiging herhaalt zich drie keer.
Eine öffentliche Bekanntmachung

advertentie, aankondiging
De advertentie is erg opvallend.
Eine offizielle Lautsprecheransage für viele Personen

omroepbericht, publieke aankondiging
De aankondiging was in het Engels en Duits.
Ein Heft mit Werbung und Infos

prospectus, brochure
Waar zijn de brochures ?
Ein Bild, das mit einer Kamera gemacht wird

foto, kiekje
Mijn foto is onscherp.
Wenn zwei oder mehr Personen miteinander reden

gesprek, conversatie
Het gesprek duurde een uur.
Weltweites Netzwerk für Computer und Informationen

internet, wereldwijd netwerk
Mijn internet werkt niet.
Person oder Firma, die etwas schickt

afzender, verzender
De afzender is onbekend.
Person oder Firma, die etwas bekommt

ontvanger, geadresseerde
De ontvanger is niet thuis.
Etwas oder jemanden zu einem anderen Ort bringen lassen

versturen, zenden
Hij stuurt een ansichtkaart vanuit de vakantie.
Mit jemandem über das Telefon sprechen

telefoneren, bellen
Gisteren hebben we lang getelefoneerd.
Sendungen oder Filme auf einem Fernseher anschauen

televisie kijken, TV kijken
Ze kijkt liever online dan televisie kijken.
Belegt oder blockiert

bezet, in gesprek
Sorry, de lijn is bezet.
Mit der Maus auf etwas drücken

klikken, aanklikken
We moeten hier klikken.
Mit jemandem eine Unterhaltung führen

spreken, praten
Hij praat met zijn vrienden.