duisternis
De duisternis van de onweerswolken kondigde een naderende regenbui aan.
Hier leer je enkele Engelse woorden over kleuren en vormen, zoals "duisternis", "vierkant" en "diamant", voorbereid voor A2-leerders.
Herzien
Flashcards
Spelling
Quiz
duisternis
De duisternis van de onweerswolken kondigde een naderende regenbui aan.
helderheid
De neonborden in de stad toonden een boeiende helderheid.
lichtheid
De lichtheid van de stof maakte de jurk comfortabel om te dragen tijdens warm weer.
gouden
De velden waren bedekt met gouden tarwe klaar voor de oogst.
gouden
De trouwuitnodigingen waren elegant gedrukt met gouden letters.
zilveren
De kat had een prachtige zilveren vacht, waardoor hij er vorstelijk uitzag.
bleek
De ochtendzon wierp een bleek gouden gloed over de horizon.
helder
De tuin was gevuld met helder en bloeiende bloemen in verschillende kleuren.
kleurrijk
De vleugels van de vlinder waren opvallend kleurrijk met ingewikkelde patronen.
gekleurd
De kunstenaar gebruikte gekleurd krijt om een muurschildering op de stoep te maken.
crème
Het crème bekleding van de bank bracht een gevoel van luxe in de woonkamer.
vorm
Wetenschappers bestudeerden de ongebruikelijke vorm van de rotsformatie om de geologische geschiedenis ervan te begrijpen.
centrum
De klokkentoren staat hoog in het centrum van het stadsplein.
cirkel
De Aarde is ongeveer een bol, wat lijkt op een cirkel in 3D.
kruis
In de wiskundeles gebruiken we het symbool kruis om vermenigvuldiging voor te stellen.
vierkant
De chocoladereep was verdeeld in kleine, vierkante stukjes.
ruit
De vlieger die in de lucht vloog had een mooie ruitvorm.
ster
De kinderen knipten sterren uit gekleurd papier voor het knutselproject.
lijn
De schilder voegde fijne lijnen toe om textuur in het kunstwerk te creëren.
punt
De schilder voegde een laatste punt witte verf toe om het kunstwerk te voltooien.
the right or left half of an object, place, person, or similar whole
oppervlak
De pot kookte, en er stegen bubbels naar het oppervlak van het water.
recht
plat
Het landschap was vooral vlak zonder heuvels of bergen in zicht.
rond
De ronde spiegel weerkaatste de hele kamer, wat een gevoel van ruimte gaf.
tekenen
De kunstenaar kan realistische portretten van mensen tekenen.
inkleuren
We zullen de oceaan kleuren met tinten blauw.
geheel
De hele klas vierde de verjaardag van de leraar.
verf
De schilder gebruikte een roller om de verf gelijkmatig op de muur aan te brengen.