laden
De boodschappenkar was volgeladen met boodschappen voor de week.
opbolsteren
Zorg voor comfort door de zitkussens altijd op te schudden na het schoonmaken.
oppompen
Om het spel te beginnen, moesten ze eerst de voetbal oppompen.
kruiden
Ze kruidden het gerecht op met een snufje kaneel, wat een heerlijke balans van smaken creëerde.
bijvullen
De gastvrouw zorgde ervoor dat iedereens thee werd bijgevuld tijdens de bijeenkomst.
optellen
Voordat u een aankoop doet, is het cruciaal om de kosten op te tellen om binnen het budget te blijven.