pattern

Zekerheid en Twijfel - Zekerheid en Vertrouwen

Hier leer je enkele Engelse woorden die verband houden met zekerheid en vertrouwen, zoals "zeker", "positief" en "onmiskenbaar".

Herzien

Flashcards

Spelling

Quiz

Begin met leren
Words Related to Certainty and Doubt
to [have] {sth} in {one's} pocket

to definitely succeed or win at a particular thing

Ex: Last year's winners again have the championship firmly in their pocket. 
Sluiten
Inloggen
in the bag
in the bag
[Zinsdeel]

used to convey that something is guaranteed to be accomplished

zo goed als zeker, het succes is vrijwel gegarandeerd

zo goed als zeker, het succes is vrijwel gegarandeerd

Ex: Everyone thought the election was already in the bag for him. 
Sluiten
Inloggen
inevitable
inevitable
[bijvoeglijk naamwoord]

certain to happen and impossible to prevent or avoid

onvermijdelijk,  onafwendbaar

onvermijdelijk, onafwendbaar

Ex: Conflict seemed inevitable unless both sides agreed to negotiate. 
Sluiten
Inloggen
inevitably
inevitably
[bijwoord]

in a way that cannot be stopped or avoided, and certainly happens

onvermijdelijk

onvermijdelijk

Ex: If you neglect regular maintenance, the car will inevitably experience mechanical issues. 

Als u regelmatig onderhoud verwaarloost, zal de auto onvermijdelijk mechanische problemen ondervinden.

Sluiten
Inloggen
to know
to know
[werkwoord]

to be completely certain about something

weten, zeker zijn

weten, zeker zijn

Ex: She knew something was wrong when she saw the empty cookie jar. 
Sluiten
Inloggen
to [make] certain (that|)

to check something in order to find out whether it happens or is the case

Sluiten
Inloggen
to [make] certain of {sth}

to do something just to make sure that something else will occur

Sluiten
Inloggen
to [make] sure
to make sure
[Zinsdeel]

to take steps to confirm if something is correct, safe, or properly arranged

Ex: He made sure to lock the door before going to bed. 
Sluiten
Inloggen
no contest
no contest
[Zinsdeel]

used to emphasize that it is obvious who will win a competition, comparison, etc. as the odds are undeniably uneven

Sluiten
Inloggen
no two ways about it

used to say that something is undoubtedly true and there are no other alternatives or interpretations concerning it

Sluiten
Inloggen
no way
no way
[Zinsdeel]

used to indicate that something is impossible, unacceptable, or absolutely will not happen under any conditions

echt niet, geen sprake van

echt niet, geen sprake van

Ex: There is no way this tiny team can finish the project by Friday. 

Geen sprake van dat dit kleine team het project voor vrijdag af krijgt.

Sluiten
Inloggen
positive
positive
[bijvoeglijk naamwoord]

(of a person) having no doubt about something

zeker, overtuigd

zeker, overtuigd

Ex: The team remained positive despite the setbacks. 
Sluiten
Inloggen
to put one's money on

*** to feel very sure that something is true or that somebody will succeed

Sluiten
Inloggen
robust
robust
[bijvoeglijk naamwoord]

remaining strong and effective even when facing challenges or difficulties

robuust, sterk

robuust, sterk

Ex: The theories have been tested in robust ways. 

De theorieën zijn op robuuste manieren getest.

Sluiten
Inloggen
robustly
robustly
[bijwoord]

in a tough, solid, and durable way

robuust, stevig

robuust, stevig

Ex: The phone case was robustly molded from thick rubber. 

De telefoonhoes was robuust gevormd uit dik rubber.

Sluiten
Inloggen
robustness
robustness
[zelfstandig naamwoord]

the quality of having determination and strength

robuustheid, kracht

robuustheid, kracht

Sluiten
Inloggen
slam dunk
slam dunk
[zelfstandig naamwoord]

something that is sure to happen

een zekerheidje, gegarandeerd succes

een zekerheidje, gegarandeerd succes

Ex: The interview went so well that the job felt like a slam dunk. 

Het gesprek ging zo goed dat de baan een zekerheidje leek.

Sluiten
Inloggen
to [stare] {sb} in the face

to be imminent or unavoidable

Ex: A rise in interest rates is staring us in the face. 
Sluiten
Inloggen
to [set|put] {sb} straight

to make sure everything is clearly understood by someone and there are no misunderstandings

Ex: Thanks for setting me straight. 
Sluiten
Inloggen
sure
sure
[bijvoeglijk naamwoord]

(of a person) feeling confident about something being correct or true

zeker, overtuigd

zeker, overtuigd

Ex: He felt sure that his team would win the championship this year. 
Sluiten
Inloggen
sure-fire
sure-fire
[bijvoeglijk naamwoord]

bound to succeed or happen as expected

foolproof, gegarandeerd

foolproof, gegarandeerd

Sluiten
Inloggen
surely
surely
[bijwoord]

in a manner showing absolute confidence in the statement

zeker, ongetwijfeld

zeker, ongetwijfeld

Ex: The train will surely arrive on time; it's known for its punctuality. 

De trein zal zeker op tijd aankomen; hij staat bekend om zijn stiptheid.

Sluiten
Inloggen
to swear by
to swear by
[werkwoord]

to be certain that something is good or useful

zweren bij, ervan overtuigd zijn dat iets goed of nuttig is

zweren bij, ervan overtuigd zijn dat iets goed of nuttig is

Ex: Many athletes swear by the benefits of proper hydration for peak performance. 

Veel atleten zweren bij de voordelen van een goede hydratatie voor topprestaties.

Sluiten
Inloggen
to [take] it for granted

to assume without question that something is true

voor vanzelfsprekend aannemen, zonder meer aannemen

voor vanzelfsprekend aannemen, zonder meer aannemen

Ex: She took it for granted that he would agree. 

Ze nam zomaar aan dat hij zou instemmen.

Sluiten
Inloggen
there is no way
there is no way
[Zinsdeel]

used to deny the possibility of something happening

Sluiten
Inloggen
the dust [settle]
the dust settle
[Zinsdeel]

to allow or wait for a situation to become calmer or more stable after a significant change or serious dispute

de boel laten bezinken, wachten tot de rust terugkeert

de boel laten bezinken, wachten tot de rust terugkeert

Ex: Don't send that email yet; let the dust settle after yesterday's argument. 

Stuur die mail nog niet; laat de boel na de ruzie van gisteren eerst bezinken.

Sluiten
Inloggen
true
true
[bijvoeglijk naamwoord]

according to reality or facts

waar, echt

waar, echt

Ex: It's true that the company made a profit last year, but they also faced some challenges. 
Sluiten
Inloggen
truth
truth
[zelfstandig naamwoord]

the true principles or facts about something, in contrast to what is imagined or thought

waarheid, realiteit

waarheid, realiteit

Ex: Personal honesty and transparency contribute to a culture of truth. 
Sluiten
Inloggen
undeniable
undeniable
[bijvoeglijk naamwoord]

clearly true and therefore impossible to deny or question

onmiskenbaar, onweerlegbaar

onmiskenbaar, onweerlegbaar

Ex: The importance of education in shaping the future of society is undeniable. 

Het belang van onderwijs in het vormgeven van de toekomst van de samenleving is onmiskenbaar.

Sluiten
Inloggen
undeniably
undeniably
[bijwoord]

in a way that is definite and cannot be rejected or questioned

onmiskenbaar

onmiskenbaar

Ex: The impact of climate change is undeniably visible. 

De impact van klimaatverandering is onmiskenbaar zichtbaar.

Sluiten
Inloggen
without doubt
without doubt
[bijwoord]

used to emphasize an opinion or the point one is making

zonder twijfel, ongetwijfeld

zonder twijfel, ongetwijfeld

Ex: The scientific evidence presented is without doubt, supporting the theory. 

Het gepresenteerde wetenschappelijke bewijs is zonder twijfel, ondersteunend de theorie.

Sluiten
Inloggen
you bet
you bet
[tussenwerpsel]

used to strongly affirm or agree with a statement

zeker weten, natuurlijk

zeker weten, natuurlijk

Ex: Do I think the plan will work?  You bet. 

Denk ik dat het plan zal werken? Natuurlijk.

Sluiten
Inloggen
LanGeek
LanGeek app downloaden