(in architecture) a low wall or façade above the entablature that conceals the roof
Hier leer je enkele Engelse woorden die met muren te maken hebben, zoals "zolder", "borstwering" en "kraagsteen".
Herzien
Flashcards
Spelling
Quiz
(in architecture) a low wall or façade above the entablature that conceals the roof
a projecting element from a wall that supports or decorates another part, such as a shelf, beam, or cornice
parapet
De kantelen van het fort hadden kantelen langs de borstwering, waardoor verdedigers dekking konden zoeken terwijl ze zicht behielden.
wal
De wal was versterkt met kanonnen, klaar om te vuren op naderende vijandelijke troepen.
the upper portion of a wall, often the section above a lintel or horizontal projection
nis
De binnenplaats had een reeks van gebogen nissen, elk met een kleine fontein of standbeeld.
hoek
De luchtbogen van de gotische kathedraal eindigden in decoratieve hoekstenen, die zowel structurele ondersteuning als esthetische versiering boden.
de dagkant
Het licht viel zachtjes op de sponning van het raam.
a narrow, angled opening or passage in a wall, often in architecture, allowing sight or movement between spaces
uitsparing
De kinderen verstopten hun speelgoed in de nis van de muur, waar niemand ze zou vinden.
gevel
Het huisje had charmante dakkapellen in de gevel, waardoor natuurlijk licht naar de bovenverdieping kon filteren.
een kleine groef of kanaal in een stenen of metselwerkoppervlak dat wordt gebruikt om de waterstroom te sturen