breken
Kinderen hebben de neiging om hun speelgoed te breken als ze te ruw spelen.
Hier leer je enkele Engelse werkwoorden die verwijzen naar breken en scheuren, zoals "fracture", "rip" en "snap".
Herzien
Flashcards
Spelling
Quiz
breken
Kinderen hebben de neiging om hun speelgoed te breken als ze te ruw spelen.
to break physically into pieces, often suddenly or violently
barsten
De aardbeving veroorzaakte een breuk in de gasleiding, wat tot potentiële gevaren leidde.
verbrijzelen
Als je het laat vallen, zal het glas breken.
barsten
De schilder merkte op dat het oude doek begon te barsten, wat de noodzaak voor restauratie aangaf.
openbreken
Tijdens de renovatie moesten de werknemers de oude bakstenen muur sloopten om meer ruimte te creëren.
verkruimelen
Na het bakken had het brood een korst die verkruimelde bij het snijden.
afhakken
Hij heeft een tand afgebroken bij het bijten op een hard stuk snoep.
breken
Toen de wind opstak, klapte de vlag en wapperde in de wind.
vergruizen
Terwijl de aardbeving de grond schudde, was het gebouw snel aan het verbrokkelen.
desintegreren
Extreme hitte kan ervoor zorgen dat bepaalde materialen uiteenvallen, vooral onder spanning.
uit elkaar vallen
Na de aardbeving begonnen veel gebouwen in de stad uit elkaar te vallen, wat een aanzienlijk veiligheidsrisico vormde.
breken
In een vlaag van woede gooide hij het bord op de grond, waardoor het aan gruzelementen ging.
scheuren
In hun opwinding scheurden ze het cadeaupapier open om de inhoud te zien.
scheuren
Een plotselinge uitbarsting van kracht stelde hem in staat om het zware gordijn te scheuren.
scheuren
De felle windstoten dreigden de tent tijdens de kampeertrip uit zijn pinnen te scheuren.
blijven haken
Hij haakte zijn trui aan het prikkeldraad.
scheuren
Toen de druk toenam, begon de pijp te scheuren, wat leidde tot een lek.