brokkelig
De grond in de tuin was brokkelig en droog, wat duidde op een behoefte aan water en voedingsstoffen.
Hier leer je enkele Engelse woorden met betrekking tot texturen die nodig zijn voor het Academic IELTS-examen.
Herzien
Flashcards
Spelling
Quiz
brokkelig
De grond in de tuin was brokkelig en droog, wat duidde op een behoefte aan water en voedingsstoffen.
bladerig
De gebakken visfilet had een brokkelige textuur en viel gemakkelijk uit elkaar met een vork.
papperig
De overgebleven pasta werd zacht na te lang in de koelkast te zijn bewaard.
pulpachtig
De tomatensaus was pulpachtig, met stukjes tomaat die een stevige textuur toevoegden.
rubberachtig
Zijn oude sneakers hadden een rubberen zool die voor goede grip zorgde maar versleten aanvoelde.
gegolfd
De flexibele slang had een gegolfd ontwerp, waardoor hij gemakkelijk te buigen en te manoeuvreren was.
klonterig
De cake was heerlijk, maar het klonterige glazuur maakte het er onaantrekkelijk uitzien.
stijf
De takken van de boom waren stijf en broos na de wintervorst.
plakkerig
De kaas op de pizza was plakkerig en rekbaar, wat zorgde voor een bevredigende hap.
zijdeachtig
Het hoogwaardige printerpapier had een satijnachtige textuur, waardoor de helderheid van de afgedrukte afbeeldingen werd verbeterd.
stug
Het stugge haar van de peuter stak alle kanten op, wat hem een wild en ongetemd uiterlijk gaf.
getand
Het gebroken glazen raam liet scherpe fragmenten achter op de vloer.
buigzaam
Het deeg was buigzaam, waardoor de bakker het kon uitrekken en tot broden kon vormen.
bros
Terwijl ze over het bevroren meer liepen, kreunde en kraakte het broze ijs onder hen bij elke beweging.
korrelig
Het korrelige zand maakte het moeilijk om langs het strand te lopen.
glad
Haar gladde huid glom na het aanbrengen van de hydraterende lotion.
gegroefd
De kunstenaar gebruikte een beitel om gegroefde lijnen in het beeldhouwwerk te creëren, wat textuur en diepte toevoegde.
smeedbaar
Aluminiumfolie is buigzaam en kan in verschillende vormen worden gevouwen of verfrommeld voor het koken of verpakken van voedsel.
stekelig
De textuur van de dennenappel was stekelig, met elke schub met een klein, puntig puntje.
grof
De kunstenaar gaf de voorkeur aan een ruwe kwast om textuureffecten in haar schilderijen te creëren.
gepit
De gepitste maankraters waren zelfs met een kleine telescoop zichtbaar.
slijmerig
Het overrijpe fruit had een slijmerige binnenkant, wat het onaantrekkelijk maakte om te eten.
zacht
De cake bleek heerlijk zacht te zijn, smeltend in hun mond.
doorzichtig
De sjaal om haar nek was doorzichtig, wat een lichte en delicate laag bood zonder haar te verzwaren.
luchtig
De vleugels van de vlinder, met hun fijne textuur, lieten hem moeiteloos op de zomerbries zweven.
etherisch
De etherische mist omhulde het bos, wat een buitenaardse sfeer gaf.